Terugweg

Eens te meer loop je langs een straat waar niemand anders loopt. Een volstrekt rechte lange weg geflankeerd door villa’s en nog wat van alles.

Je komt net ergens vandaan, en je hebt er iets fantastisch meegemaakt. Een stad, een feest, een nacht; je zag onverwachte dingen, je lijf gloeide.

Nu, op de terugweg, let je op de schots zittende stoepstenen waar onkruid opspringt. Stenen adelaars waken over perkjes witte keien voor de villa’s. Zwart stof bedekt de etalageruiten van failliete buurtwinkels. Op het uithangbord van een carwashbedrijf herken je het lettertype dat je zo’n weerzin bezorgt. Je zoekt een bushalte of een kruispunt, maar er is enkel de straat voor je, en auto’s razen je voorbij in een onregelmatige cadans.

Misschien is ze een metafoor, deze straat, en beeld je je ze in als mijmering, of een koortsige associatie in je dromen. Soms is de straat wel gewoon echt, een plaats die je steeds zal willen ontwijken zonder dat je het helemaal kan.

Je haalt je uit alle macht de net beleefde ervaring voor de geest. De zichten, de kleuren, de aanrakingen. Je probeert ze te ordenen in de tijd. Je probeert je hele blikveld weer samen te stellen, compleet met lichtinval en onbeduidende objecten. En het lukt al niet meer. Je vervloekt je geheugen, dat al zo snel vervaagt, verschuift, verstoort. En je vervloekt deze terugweg. Je beseft dat al dat hevige, spetterende moois nu een hoopje denkvlekjes is geworden, snippers as die zweven in een breinwereld van armzalige taal.

De straat is recht en lang.

Plaats een reactie