Ambulance

Haar appartementje keek uit op een groot bejaardentehuis. Regelmatig werd ik midden in de nacht wakker door de loeiende sirenes van een ambulance die net voor de deur stopte. Zij draaide zich dan om en kreunde: ‘Nog één eraan,’ en ze sloeg haar armen om mij. Terwijl de blauwe flikkerlichten van de ambulance op de wanden van haar slaapkamer dansten, klampten we ons wild aan elkaar vast als aan een allerlaatste hoop. De dag erop leek het of onze kussen, onze beten, ons gekrab van de vorige nacht in een ander leven waren gebeurd. Maar eens, overdag op een vakantiedag, zwelde weer een sirene aan, en de onwerkelijk blauwe lichten priemden door de kieren van het gordijn. Ik schoof het opzij om de hele procedure te volgen. Er kwamen brandladders aan te pas, en de ambulanciers passeerden met de brancard vlak langs het raam waarachter de medebewoners zaten te eten. Ze keken met belangstelling, maar hielden niet op met kauwen. Ik voelde hoe zij achter mij was komen staan. Ze zei niets, alleen een korte verrukte ‘mm’, toen ik me omdraaide en in haar haren graaide om haar tegen me aan te drukken. In geen tijd overweldigde me een gulzigheid naar haar lichaamswarmte die niet te stelpen leek.

Plaats een reactie